Limburgse kentekens
Over het archief Limburgse kentekens
Waar de P vandaan komt, hoe het systeem werkte en waarom deze platen vandaag nog het naspeuren waard zijn.
Auteur: Koos Hussem
Jazeker. Tussen 1906 en 1951 kon je aan het kenteken van een auto of motorfiets zien in welke provincie de eigenaar woonde.
Vanaf 1 januari 1906 moest iedere eigenaar van een motorvoertuig beschikken over een zogenoemd nummerbewijs. Dit werd afgegeven door de Commissaris van de Koningin in de provincie waar de eigenaar woonde. Iedere provincie kreeg een eigen letter of lettercombinatie toegewezen, gevolgd door een nummer.
Voor Limburg was de letter P gereserveerd. Het kenteken was gekoppeld aan de eigenaar en niet, zoals tegenwoordig, aan het voertuig.
Rijksnummers (1898–1906)
De eerste Nederlandse nummerbewijzen
Nederland behoort tot de pioniers op het gebied van kentekenregistratie. Nadat de Duitse staat Baden in 1896 als een van de eerste een regionaal kentekensysteem heeft ingevoerd, volgt Nederland in 1898 met een landelijk registratiesysteem voor motorvoertuigen.
De Rijksoverheid geeft deze zogenoemde Rijksnummerbewijzen uit, vanaf nummer 1. In de daaropvolgende jaren groeit het aantal registraties gestaag. Wanneer het landelijke systeem in 1906 plaatsmaakt voor een provinciaal kentekenstelsel, staat Rijksnummer 2065 op de teller.
Op 20 februari 1898 zet Nederland een belangrijke stap in de regulering van het nog prille gemotoriseerde verkeer. Vanaf die datum is voor het gebruik van rijkswegen en -paden een vergunning verplicht voor motorvoertuigen die meer dan 150 kilogram wegen en zich op mechanische kracht voortbewegen.
Aan iedere vergunning is een uniek volgnummer toegekend: het zogenoemde Rijksnummer. Dit nummer moet duidelijk zichtbaar aan de voorzijde van het voertuig worden aangebracht en aan voorgeschreven minimumafmetingen voldoen. Voor de uitvoering zijn twee varianten toegestaan: zwarte cijfers op een witte achtergrond of witte cijfers op een zwarte achtergrond.
Hoewel de voorschriften op papier tamelijk nauwkeurig zijn, blijkt de praktijk weerbarstiger. Een gestandaardiseerde kentekenplaat zoals we die tegenwoordig kennen, bestaat dan nog niet. Voertuigeigenaren hebben daardoor de nodige vrijheid bij de uitvoering en plaatsing van het nummer. Dat leidt tot een grote verscheidenheid aan vormen, lettertypen en uitvoeringen – kenmerkend voor de pioniersjaren van het Nederlandse automobilisme.
Onderzoek naar de Rijksnummers
Een belangrijke bijdrage aan onze kennis over de eerste Nederlandse nummerbewijzen is geleverd door Ariejan Bos, de eerste voorzitter van de CONAM (Contactgroep Auto- en Motorrijwiel Historie). Hij verricht jarenlang uitgebreid archiefonderzoek naar de zogenoemde Rijksnummers en weet op basis van gegevens uit talrijke bronnen een overzicht samen te stellen van verstrekte nummers en de bijbehorende eigenaren.
Bij dit omvangrijke speurwerk kan Bos regelmatig rekenen op de hulp van andere CONAM-leden. Het resultaat is een waardevolle historische bron, waarin niet alleen de namen van eigenaren zijn vastgelegd, maar ook bronvermeldingen en tal van bijzonderheden over de afgegeven vergunningen.
Het onderzoek is nog altijd van grote betekenis voor de geschiedschrijving van het vroege Nederlandse automobilisme. Op de website van de CONAM is een overzicht te raadplegen van de Rijksnummers waarvan de eigenaren tot nu toe zijn achterhaald. Inmiddels zijn 64 Rijksnummers geïdentificeerd die aan een Limburgse eigenaar kunnen worden gekoppeld.
Foto’s voertuigen met een Rijksnummer
Het onderzoek naar de Rijksnummers krijgt een extra dimensie door de vondst van historische foto’s waarop deze vroege nummers daadwerkelijk te zien zijn. Leden van de CONAM hebben in de loop der jaren uiteenlopende bronnen doorzocht. Zo worden steeds meer afbeeldingen opgespoord van voertuigen die ooit met een Rijksnummer op de Nederlandse wegen reden.
Deze foto’s vormen een bijzondere aanvulling op de gegevens uit archieven en registers. Ze laten niet alleen zien welke voertuigen bij de gevonden Rijksnummers horen, maar geven ook een uniek beeld van de begintijd van het gemotoriseerde verkeer in Nederland. Bovendien maken de opnamen zichtbaar hoe verschillend de Rijksnummers in de praktijk op de voertuigen worden aangebracht.
De CONAM heeft een groot aantal van deze historische afbeeldingen bijeengebracht en online toegankelijk gemaakt.
Bekijk de gevonden foto’s van voertuigen met een Rijksnummer op de website van de CONAM.
In 1906 komt een einde aan het landelijke systeem van Rijksnummers. Nederland schakelt over op een nieuw stelsel waarbij de kentekens niet langer door het Rijk, maar door de afzonderlijke provincies worden uitgegeven. Daarmee begint een nieuw hoofdstuk in de Nederlandse kentekengeschiedenis.
Kentekens per provincie
Met de invoering van de Motor- en Rijwielwet veranderde het Nederlandse kentekenstelsel ingrijpend. De wet bepaalt dat motorvoertuigen voortaan zowel aan de voor- als achterzijde moeten zijn voorzien van een nummerbewijs. Onder voertuigen verstaat de wet: “alle rij- of voertuigen, bestemd om uitsluitend of mede door eene mechanische kracht, op of aan het rij- of voertuig zelf aanwezig, anders dan langs spoorstaven, te worden voortbewogen”.
Het nummerbewijs wordt niet langer centraal door het Rijk uitgegeven. De eigenaar of houder van een voertuig moet het aanvragen bij de Commissaris van de Koningin in de provincie waar hij woont. Iedere provincie kreeg een eigen letter, gevolgd door een volgnummer. Voor Limburg was dat de letter P. De bijbehorende kentekenplaten zijn donkerblauw uitgevoerd met witte letters en cijfers.
De registratie is in deze periode vooral een persoonsregistratie. Het nummerbewijs wordt op naam van de eigenaar gesteld; gegevens over het merk en type van het voertuig worden niet in het provinciale kentekenregister opgenomen. Dit verklaart waarom het tegenwoordig vaak bijzonder lastig is om aan de hand van alleen een P-nummer vast te stellen op welk voertuig het nummer destijds is aangebracht.
Bekijk hier de publicatie over de regeling in de Nederlandsche Staatscourant via Delpher.
Explosieve groei van het aantal kentekens
Na de Eerste Wereldoorlog neemt het Nederlandse wagenpark in hoog tempo toe. In 1919 telde Nederland 6.676 auto’s. Een jaar later zijn dat er al 11.689 en in 1921 is het aantal verder gestegen tot 14.782. Deze snelle motorisering leidde vanzelfsprekend tot een sterke groei van het aantal uitgegeven provinciale kentekens.
De toename heeft echter nog een andere oorzaak. Tot 1919 kan één kenteken voor meerdere voertuigen van dezelfde eigenaar worden gebruikt. Vanaf augustus 1919 is dat niet langer toegestaan: ieder voertuig moest voortaan over een eigen nummer beschikken. Vooral voor ondernemingen met meerdere voertuigen, zoals taxibedrijven, heeft deze wijziging grote gevolgen. Zij moesten voor hun wagenpark meerdere kentekens aanvragen, waardoor het aantal uitgegeven nummers in korte tijd sterk toenam.
Voor aanhangwagens geldt een andere regeling. Zij krijgen geen zelfstandig provinciaal nummer, maar voeren hetzelfde kenteken als het trekkende voertuig.
Limburgse Kentekens, de P-nummers
Het provinciale kentekenstelsel vloeit voort uit de Motor- en Rijwielwet van 1905. Deze wet stelt onder meer het nummerbewijs en het rijbewijs verplicht. Dat rijbewijs heeft overigens nog weinig gemeen met het huidige rijbewijs.
Ook het nummerbewijs werkt wezenlijk anders dan het kenteken van tegenwoordig. Het nummer is persoonsgebonden en niet voertuig gebonden. Wie een andere auto aanschaft, kon zijn bestaande nummer dus meenemen en op het nieuwe voertuig gebruiken. Eén en hetzelfde provinciale kenteken kan daardoor in de loop der jaren op verschillende voertuigen voorkomen.
Daarnaast kunnen nummers om uiteenlopende redenen komen te vervallen. Een vrijgekomen nummer kan vervolgens opnieuw aan een andere aanvrager worden toegekend. Hetzelfde kenteken kan daardoor in verschillende perioden aan verschillende personen én verschillende voertuigen verbonden zijn. Voor historisch onderzoek maakt juist dit het reconstrueren van de oude provinciale kentekenregisters tot een complexe puzzel.
Per provincie
De letters zijn simpelweg alfabetisch aan de provincies toegekend, beginnend met de A voor Groningen, B voor Friesland en D voor Drenthe. Het complete lijstje ziet er zo uit:
Letter | Provincie |
|---|---|
A | Groningen. Klik hier voor een directe link naar de website van de Groninger Kentekens. |
B | Friesland. Klik hier voor een directe link naar de website van de Friese Kentekens. |
D | Drenthe. Klik hier voor de website van de Drentse kentekens. |
E | Overijssel - Archief Provinciaal Bestuur(Geen gegevens bewaard gebleven, maar In het Utrechts Archief zijn scans terug te vinden van alle provinciale nummerbewijzen die in Overijssel zijn uitgegeven tussen 1906 en 1921. |
G, GZ, GX | Noord-Holland - Archief Provinciaal Bestuur1851-1943 (toegang 18, inv. nrs. 7113-7150)periode 1906-1950. In tweede en derde instantie werden de lettercombinaties GZ en GX toegevoegd vanwege het grote aantal geregistreerde motorvoertuigen. |
H, HZ, HX | Zuid-Holland - Nationaal Archief (inv.nr. 3.02.41) periode 1906-1950In het Utrechts Archief zijn scans terug te vinden van alle provinciale nummerbewijzen die in Zuid-Holland zijn uitgegeven tussen 1906 en 1921. In tweede en derde instantie werden de lettercombinaties HZ en HX toegevoegd vanwege het grote aantal geregistreerde motorvoertuigen. |
K | Zeeland. Klik hier voor een directe link naar de website van de Zeeuwse Kentekens. |
L | Utrecht - Archief Provinciaal Bestuur 1813-1920[toegang 79, inv. nrs. 6942 (periode 1913-1917) en 7506-7519 (periode 1906-1921)] |
M | Gelderland (geen registers in het archief bewaard gebleven, wel houdt de werkgroep Historisch Gemotoriseerd Vervoer een registratie bij). In het Utrechts Archief zijn scans terug te vinden van alle provinciale nummerbewijzen die in Gelderland zijn uitgegeven tussen 1906 en 1921. |
N | Noord-Brabant. Klik hier voor een directe link naar website van de Noord-Brabantse Kentekens. |
P | Limburg |
R | Rijksdiensten en MinisteriesOp de website van de Conam is een Excel-bestand te downloaden met de inmiddels geïdentificeerde R-nummers.Klik hier om het Excel-bestand te downloaden. |
X | De letter X werd alleen afgegeven aan auto's die door verlofgangers in Nederland waren gekocht en bestemd waren om meegenomen te worden naar Nederlands-Indië. Klik hier voor meer informatie over Kentekens met de letter X op de website van de Conam. |
Landelijke registratie
In 1951 komt een einde aan de uitgifte van de provinciale kentekens. Nederland stapt over op een landelijk kentekenstelsel, waarmee de basis wordt gelegd voor het systeem zoals we dat tegenwoordig kennen. De invoering verloopt geleidelijk: bestaande provinciale kentekens mogen tijdens een overgangsperiode nog worden gebruikt. Op 31 december 1956 vervallen uiteindelijk ook de laatste provinciale nummers die nog in omloop zijn.
Een rechtstreekse koppeling tussen de oude provinciale nummers en de nieuwe landelijke kentekens bestaat niet. Er zijn dan ook geen zogenoemde omnummerlijsten. Dat heeft alles te maken met het fundamentele verschil tussen beide systemen. Het provinciale nummer is gekoppeld aan de persoon van de kentekenhouder en niet aan een specifiek motorvoertuig. Bij het nieuwe landelijke stelsel wordt het kenteken daarentegen door de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) aan een afzonderlijk voertuig toegekend. De oude en nieuwe registraties stonden daardoor los van elkaar.
Maatvoering en bevestiging van de kentekenplaten
Ook de uitvoering van de provinciale kentekenplaten is aan regels gebonden. De overheid stelt voorschriften vast voor onder meer de afmetingen van de platen en de letters en cijfers. Deze bepalingen worden gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant van 24 november 1905.
Bekijk hier de oorspronkelijke publicatie in de Nederlandsche Staatscourant via Delpher.
De praktijk blijkt echter minder uniform dan de regelgeving deed vermoeden. In de loop der jaren ontstaat een grote verscheidenheid in de manier waarop kentekenplaten op auto’s en motorfietsen worden uitgevoerd en bevestigd. Platen verschillen in formaat en uitvoering en worden niet altijd op de voorgeschreven plaats aangebracht.
Die groeiende wildgroei is voor de KNAC (Koninklijke Nederlandsche Automobiel Club) aanleiding om in 1933 de geldende voorschriften nog eens onder de aandacht van automobilisten te brengen. Daarbij worden zowel de exacte maatvoering als de voorgeschreven wijze van bevestiging van de kentekenplaten overzichtelijk op een rij gezet.
Verhuizen en het provinciale kenteken
Een verhuizing binnen dezelfde provincie heeft in principe geen gevolgen voor het nummerbewijs. Dergelijke adreswijzigingen zijn bovendien niet systematisch terug te vinden in de bronnen waarop de huidige kentekendatabases zijn gebaseerd. Het vermelde adres en de woonplaats zijn daarom doorgaans de gegevens die bekend waren op het moment dat het nummerbewijs werd afgegeven.
De manier waarop deze gegevens worden gepubliceerd, verandert in de loop der jaren. Tot omstreeks 1924 verschijnen periodiek boekjes met daarin de op dat moment geldige nummerbewijzen. Daarna worden vooral maandelijkse lijsten gepubliceerd met nieuw uitgegeven en ingetrokken nummers. Een verhuizing binnen de provincie is daardoor lang niet altijd in de historische bronnen terug te vinden.
Anders ligt het wanneer een kentekenhouder naar een andere provincie verhuist en zijn voertuig meeneemt. In dat geval moet in de nieuwe woonprovincie een nieuw nummerbewijs worden aangevraagd, met de letter van die provincie. Het oude nummerbewijs moet worden ingeleverd.
Bij de aanvraag van het nieuwe nummer wordt het oude nummerbewijs regelmatig ingenomen en namens de Commissaris van de Koningin teruggestuurd naar de provincie die het oorspronkelijk heeft afgegeven. Hoewel het inleveren verplicht is, blijkt uit de historische administratie dat dit in de praktijk niet altijd gebeurt.
De bijzondere R-registratie
De provincieletter op een kenteken maakt voor iedereen zichtbaar waar de houder van het voertuig vandaan komt. In een tijd waarin het gemotoriseerde verkeer nog beperkt is, valt een auto uit een andere provincie daardoor al snel op. Hoe groter de afstand tot de provincie van herkomst, hoe uitzonderlijker het voor de plaatselijke bevolking is om zo’n ‘vreemd’ kenteken tegen te komen.
Een bijzonder geval vormt de R-registratie. Deze nummers worden slechts in beperkte aantallen uitgegeven en waren daardoor in Nederland relatief zeldzaam. Een belangrijk deel ervan is bestemd voor personen die vanwege hun functie of verblijfssituatie niet onder de gebruikelijke provinciale registratie vallen, waaronder diplomatiek personeel. Buiten enkele plaatsen waar dergelijke kentekenhouders zijn geconcentreerd, waren R-nummers dan ook een weinig alledaagse verschijning.
Help mee het Limburgse kentekenregister compleet te maken
Van de oorspronkelijke provinciale administratie van de Limburgse nummerbewijzen is helaas geen volledig register bewaard gebleven. Daarmee ging een belangrijke bron voor de geschiedenis van het Limburgse gemotoriseerde verkeer verloren.
Gelukkig zijn er andere bronnen. De ANWB publiceerde destijds lijsten van kentekenhouders. Aanvankelijk ging het om overzichten van geldige nummerbewijzen; later verschenen maandelijks lijsten met nieuw uitgegeven en vervallen nummers. Een belangrijk deel van de gegevens op deze website is afkomstig uit deze publicaties. Materiaal hiervoor werd onder meer beschikbaar gesteld door de NCAD en de CONAM.
Toch is de reconstructie nog lang niet compleet. Ook de bewaard gebleven bronnen bevatten hiaten en fouten. Bovendien is een deel van het historische materiaal in het ANWB-archief momenteel niet voor onderzoek beschikbaar vanwege een reorganisatie van het bedrijfsarchief.
Daarom doen wij een beroep op particulieren, verzamelaars, heemkundeverenigingen, archieven en andere erfgoedorganisaties. Beschikt u over oude documenten, foto’s, nummerbewijzen, advertenties, correspondentie of andere informatie waarop een Limburgs P-nummer voorkomt? Dan kan uw materiaal helpen om een ontbrekend stukje van het historische kentekenregister terug te vinden.
Ook informatie over de kentekenhouder, woonplaats, het voertuig of de datering van een foto is voor ons waardevol. Zelfs een enkel gegeven kan soms de sleutel zijn waarmee andere historische bronnen aan elkaar kunnen worden gekoppeld.
Heeft u informatie over een Limburgs P-nummer? Neem dan contact met ons op via info@limburgsekentekens.nl.
Samen kunnen we het verloren gegane Limburgse kentekenregister van 1906–1951 stap voor stap reconstrueren en voor de toekomst bewaren.