Door: Jac Maurer
In 1919 is garagebedrijf Canton-Reiss gestart onder de naam ‘Garage Holland’. Dit bedrijf is meteen heel snel gegroeid, en dat heeft alles te maken met één man: de uit Duitsland komende Alfred Honigmann, zoon van Carl Honigmann, de industrieel en mede initiatiefnemer van de Oranje Nassau-mijnen. Frans Canton is lange tijd de privé-chauffeur van Alfred geweest. In Gelsenkirchen (D) vervulde Joseph Reiss eenzelfde functie als Canton, maar dan voor een oom van de in Heerlen wonende Honigmann. Hij heeft tevens als chef werkplaats veel ervaring met het onderhoud van auto’s opgedaan. Tijdens de wederzijdse bezoeken leerden ze elkaar kennen. Beider ambitie om een eigen garagebedrijf te starten is door Honigmann gestimuleerd en financieel ondersteund. Het is niet verwonderlijk dat de ON-mijnen meteen de nodige auto’s bij deze firma koopt, gevestigd in de Schinkelstraat, de huidige Honigmannstraat.
De firma verkoopt sinds 1921 Fords, zes jaar later de merken van General Motors, en na de Tweede Wereldoorlog vooral Opels in een nieuw pand aan de Apollolaan.
Ondanks de wereldwijde economische crisis groeit het autobestand gestaag in Heerlen. Garage Canton-Reiss kan zich al snel de grootste van deze plaats noemen nadat de naast gelegen Garage Mercurius is overgenomen. Ze krijgen in de jaren dertig concurrentie van een nieuwe firma, die zich meteen als importeur van Peugeot (F) en Graham-Paige (USA) afficheert: Gebr. Nefkens N.V. uit Utrecht, geëxploiteerd door de Heerlenaar Antoine Nefkens. Later treedt Herman Bak toe tot de firma en de naam van de firma wijzigt in Bak-Nefkens. Ze betrekken een nieuw pand aan de Geleenstraat, dat na de oorlog door Canton-Reiss wordt overgenomen. Antoine Nefkens verlaat na enkele jaren de firma, en begint zijn eigen garagebedrijf vlak naast de Royal bioscoop aan de Parallelweg.